ATEX richtlijn, Machinerichtlijn of beide toepassen?

De machinerichtlijn (2006/42/EG) en de ATEX richtlijn (2014/34/EU) sluiten elkaar niet uit en moeten soms beide op machines worden toegepast. Wanneer beide richtlijnen moeten worden toegepast is soms niet zo duidelijk. In dit artikel hebben we dit nader toegelicht. In de praktijk roepen deze situaties veel vragen op. Uiteindelijk is de meest belangrijkste doelstelling: het voorkomen van een explosie.

De machinerichtlijn heeft in bijlage 1 punt 1.5.7 de volgende bepaling:

1.5.7. Risico’s door ontploffing
De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de machine zelf en de gassen, vloeistoffen, stofdeeltjes, dampen en andere door de machine geproduceerde of gebruikte stoffen geen risico van ontploffing opleveren.
De machine moet, wat betreft de risico’s van ontploffing door gebruik in een omgeving met ontploffingsgevaar,  in overeenstemming zijn met de specifieke communautaire richtlijnen.

Bij machines kan ontploffingsgevaar aanwezig zijn in het binnenste van een machine of in de omgeving of beide. De plaats van ontploffingsgevaar is van belang, om dat hiermee al of niet de toepassing van de ATEX richtlijn 2014/34/EU wordt bepaald. We geven een 4-tal voorbeelden.

Voorbeelden van explosiegevaar in een machine


Pomp met ATEX certificering
Pomp met ATEX certificering

Situatie 1 – de machine staat in zijn geheel in een ATEX zone

De machine staat in zijn geheel in een ATEX zone, dus een gebied met ontploffingsgevaar. Dit kan zijn een ATEX zone 0, 1, 2, 20, 21 of 22. De machine moet aan zowel de machinerichtlijn als de ATEXrichtlijn voldoen.

Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: pomp, tandwielkast


IAB
vulmachine met gedeeltelijke ATEX zone

Situatie 2 – de machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone

De machine staat gedeeltelijk in een ATEX zone. De machine moet aan de machinerichtlijn voldoen en het gedeelte van de machine dat in de ATEX zone is opgesteld moet aan de ATEX richtlijn voldoen. Let op: voor zone 0, 1, 20, 21 is tussenkomst van een Notified Body verplicht.

Voorbeelden: een vulmachine met transportsystemen, waarbij alleen het vulgedeelte in een ATEX zone staat.

In de praktijk zal het waarschijnlijk voor de hand liggen om de gehele machine onder het ATEX certificaat te laten vallen, waarbij de technische ATEX maatregelen zich beperken tot de gebieden die zich in een ATEX zone bevinden.

Op de ATEX markering van de machine komt bijvoorbeeld te staan: Ex II 2G/3G/- Ex h IIB T3 Gb/Gc/-. Hier mee wordt aangegeven dat een deel van de machine als 2G is gecertificeerd, een deel als 3G en een deel niet Ex gecertificeerd. De fabrikant dient in de gebruiksaanwijzing duidelijk aan te geven, welke delen al of niet onder ATEX vallen. Praktisch gezien zal de fabrikant de gevarenzones bij de machine in de gebruiksaanwijzing duidelijk moeten aangeven. Uiteraard dient de apparatuur in de gevarenzones aan de ATEX voorschriften te voldoen.

De ATEX zones worden meestal beperkt door een omkasting die is voorzien van afzuiging.


IAB
houtstof filterinstallatie

Situatie 3 – de machine staat niet in een ATEX zone

Machine staat niet in een ATEX zone, maar het explosierisico bevindt zich uitsluitend in het inwendige van de machine en in het inwendige zijn geen inherente potentiële ontstekingsbronnen aanwezig.

De machine valt als geheel alleen onder de machinerichtlijn. Middels de bepaling 1.5.7. van de machinerichtlijn moeten de risico’s voor een ontploffing voldoende worden beheerst. Apparaten die in deze inwendige zone zijn ingebouwd, moeten wel aan de ATEX richtlijn voldoen. Denk aan een niveaumeter, etc.

Voorbeelden van dergelijke machines: droogovens,  vulmachines, filterkasten. Voor dit soort filterinstallaties zijn ook geharmoniseerde normen beschikbaar, de NEN-EN 12779. (EN 12779:2015 Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vast opgestelde installaties met afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders — Veiligheidseisen).


IAB
transportschroef

Situatie 4 de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone

De machine staat niet in een ATEX zone, het explsoierisico bevindt zich in het inwendige van de machine, maar de machine heeft een verbinding met een externe ATEX zone. Deze externe ATEX zone kan een omgeving zijn, maar ook weer het inwendige van een ander apparaat, denk aan een silo of een buffervat.

Deze machine moet aan de machinerichtlijn en de ATEX richtlijn voldoen. Indien in het inwendige van deze machine een zone 0 of 20 aanwezig is, dan zal een EU-typeonderzoek moeten worden uitgevoerd door een Notified Body. Bij een zone 1 of 21 wordt er een technisch dossier opgestuurd naar een Notified Body en bij een zone 2 of 22 mag de fabrikant de certificering in eigen beheer uitvoeren.

Voorbeelden van dergelijke machines: een transportschroef met een verbinding naar een silo, een ventilator waarin een explosief mengsel aanwezig kan zijn, etc.


In alle bovenstaande situaties is de ATEX 114 richtlijn (2014/34/EU) pas van toepassing indien er een inherente potentiële ontstekingsbron aanwezig is. Is dat niet het geval, dan is de ATEX 114 richtlijn niet van toepassing.

Meer leren over ATEX en inherente potentiële ontstekingsbronnen? Volg dan de e-learning Mechanische apparatuur volgens ATEX 114.