Hoe bepalen we de gaszonering bij gevarenbronnen in de buitenlucht of in een open gebouw?

Bij installaties die in de buitenlucht zijn opgesteld wordt er meestal van uitgegaan dat er voldoende luchtbeweging is, waarbij de luchtsnelheid zelden kleiner is dan 0,5 m/s. Belangrijk hierbij is dat er geen wezenlijke hindernissen aanwezig zijn. Hiervan zal in de praktijk een inschatting moeten worden gemaakt. Bij een installatie in de buitenlucht, maar die in een hoek bij een gebouw is geplaatst, kan mogelijk onvoldoende luchtbeweging aanwezig zijn.

Gevarenbronnen
Een gevarenzone wordt bepaald door de aanwezigheid van een gevarenbron. Een gevarenbron is hier een plaats waar gas, damp, nevel of vloeistof kan vrijkomen en die een explosieve atmosfeer kan vormen. Er zijn 4 soorten gevarenbronnen:

  • Een continue gevarenbron: geeft in principe een zone 0 (een plaats waar vrijwel continu een brandbare atmosfeer aanwezig is).
  • Een primaire gevarenbron: geeft in principe een zone 1 (een plaats waar regelmatig een brandbare atmosfeer aanwezig is).
  • Een secundaire gevarenbron: geeft in principe een zone 2 (een plaats waar zelden een brandbare atmosfeer aanwezig is).
  • Geen gevarenbron: geeft geen gevarenzone, Niet Gevaarlijk Gebied (een plaats waar vrijwel nooit een brandbare atmosfeer aanwezig is).

In de NPR 7910-1 worden in hoofdstuk 7 de diverse gevarenbronnen toegelicht.

Dus een primaire gevarenbron geeft bij buitenluchtomstandigheden ook daadwerkelijk een zone 1, omdat de zoneklasse overeenkomstig is aan die van de gevarenbron. Zie tabel 7 van de NPR 7910-1.

ventilatietabel gebaseerd op NPR 7910-1_2021
Ventilatietabel gebaseerd op NPR 7910-1:2021
  1. Continue bron = zone 0, primaire bron = zone 1, secundaire bron = zone 2.
  2. r1 = 1 m bij een lekdebiet tot 1 gram/s, r1 = 7 m bij een lekdebiet van 1 – 10 gram/s, r1 = anders bepaald bij een lekdebiet > 10 gram/s. (LET OP!: lekdebieten gaat over gram/s damp of gas). In bijlage B van de NPR 7910-1 staan voorbeelden van lekdebieten. Hieruit valt op te merken dat de meeste lekdebieten kleiner dan 1 g/s zijn. Dus afmetingen van zones worden veelal bepaald met r1 = 1 m. Afhankelijk van de dichtheid van het gas, ontstaat het hoedjesmodel, bol-model of paddenstoelmodel.
  3. Beperkte ventilatie is natuurlijke trek. De capaciteit kan worden ingeschat door met een luchtsnelheid van 0,1 m/s door openingen te rekenen.
  4. De ventilatievoud moet niet al te klein worden, anders moet deze situatie worden beschouwd als geen ventilatie.
  5. De ventilatievoud moet minimaal 4x per uur de inhoud van de ruimte verversen en ook de bron tot 10% LEL of 25% LEL verdunnen.
  6. De afmetingen van de verwaarloosbare zone dienen zelf geïnterpreteerd te worden. Voor verwaarloosbaar kan een afmeting van 50 cm worden gehanteerd. De genoemde afmeting van 50 cm is een indicatie (staat niet in de NPR 7910-1). Het is de bedoeling dat in de verwaarloosbare zone geen ontstekingsbronnen overeenkomstig de zone aanwezig zijn.
  7. De afmeting van de zone kan worden beperkt tot een zoneafmeting van r1 = 1 m, 7 m of anders bepaald, als er ook sprake is van beperkte ventilatie met voldoende capaciteit of kunstmatige ruimtelijke ventilatie met voldoende capaciteit en goede beschikbaarheid.

Wat is volgen de NPR 7910-1 een open gebouw?
Een open gebouw is volgens de definitie een gebouw dat:

  1. Horizontaal over tenminste 50% open is.
  2. Verticaal een open hoogte heeft van ten minste 2,5 m, waarbij zowel laag bij de vloer als direct onder het dak vrije doorstroming mogelijk is. De ruimte onder een hellend dak dient ook voldoende te zijn geventileerd.

Zodra een open gebouw aan de genoemde voorschriften voldoet, wordt de ventilatie gelijk gesteld aan die van de buitenlucht omstandigheden. Dus bijvoorbeeld een secundaire gevarenbron in een open gebouw zal een overeenkomstige zoneklasse geven, namelijk zone 2.

Voldoet een situatie niet aan de voorwaarden van buitenlucht omstandigheden of open gebouw, dan is de situatie een gesloten of groot gebouw.

gasflessenopslag zijkanten dicht
Gasflessenopslag zijkanten dicht
gasflessenopslag zijkanten open
Gasflessenopslag zijkanten open

Cursus ATEX Zonering (Ex 002)
Tijdens de ATEX cursus Ex 002 behandelen we via een stappenplan hoe de gevarenzones voor gas en voor stof kunnen worden bepaald. Het resultaat van de zonering wordt in een formaat gegeven, zodat het onderdeel kan uitmaken van een explosieveiligheidsdocument. Waar nodig maken we ook uitstapjes naar andere methoden voor het bepalen van gevarenzones.